Verhaal van
Quon

Zowel het evenement als de wereld waarin het zich afspeelt, kennen een lange geschiedenis. Hieronder vind je een samenvatting van de grote lijnen die zich over de jaren hebben afgespeeld. Naast elk kopje staat ook een indicatie van de evenementen waarin deze verhaallijnen zich ongeveer plaatsvonden. We behouden graag delen van wat zich op oudere evenementen heeft afgespeeld: alles wat op deze pagina staat is algemene kennis binnen de spelwereld. Maar hoe recenter de gebeurtenis, hoe groter de kans dat deze nog actief een rol spelen op de huidige evenementen.

Alles wat op deze pagina staat is algemene kennis binnen de spelwereld. Hoe recenter de gebeurtenis, hoe groter de kans dat deze nog actief een rol spelen op de huidige evenementen. Om je een idee te geven tijdens welke evenementen een verhaallijn speelde, staat naast elk kopje een indicatie.

De Ranuriaanse Oorlogen (vanaf het begin tot Quon 10)

De geschiedenis van de wereld Erumdar staat vol met verhalen van strijd en verandering. Maar voor het keizerrijk Quon begint de recente geschiedenis van die conflicten bij de derde Quonees-Ranuriaanse oorlog in het jaar 273 Na Slags. Ranur wist het land te overrompelen en hun strijdmachten drongen door tot in het hart van het Keizerrijk. Quon capituleerde en de keizerlijke familie werd gevangen genomen en geëxecuteerd. Hierbij wist alleen de jonge prins Rowan met behulp van een Ranuriaanse soldaat te ontsnappen. 

De bezetting kenmerkte zich door de brute manier waarop de Ranurianen met het volk omging. Magiërs werden gebrandmerkt en bij gebruik van hun krachten geëxecuteerd. Na een lange bezetting en verzetsstrijd werden de legers van Ranur verjaagd met behulp van Quenelles en was Quon weer vrij. Na de oorlog werd de Senaat opgericht, een raad die bestond uit adel en andere invloedrijke figuren, om het land te besturen en de regent te ondersteunen bij gebrek aan een keizer. De regent werd uiteindelijk Ricardon Armitage III: onder zijn leiderschap begon Quon zichzelf weer op te bouwen.  

De Godenoorlog (Quon 11 tot Quon 18)

Maar een volgende dreiging roerde zich. Een die niet alleen het keizerrijk trof, maar heel Erumdar. De god van het duister, Zasyak, had een plan gesmeed om zijn broers en zussen van het Oude Pantheon te doden en zo als enige godheid te heersen in Erumdar. Tegen alle godeswetten in verscheen Zasyak in de Quoneze provincie At'ac en begon vanuit daar zijn overname. Deze aanval dwong een reactie af van Destinius, de schepper van zowel goden als de wereld en hoogste van het Oude Pantheon. De machinaties van Zasyak gaven hem echter de overhand en Destinius wist zijn afvallige zoon niet te stoppen. Hun conflict verwoestte de volledige provincie, al wist Destinius met zijn laatste adem nog enkele stervelingen uit At’ac te redden. 

Dit was echter nog maar het begin van Zasyaks Mars. Tezamen met zijn legers, bekend als de Vodu'kar, sloeg Zasyak een pad van verwoesting door Quon, en heel Erumdar. Sommige goden schaarden zich aan zijn zijde, maar het merendeel vocht tegen hem in een coalitie geleid door Zasyaks broer Aurus, de god van het licht. Desondanks was het een tergend langzame strijd waarin Zasyak de winnende hand had, want met elke god die hij doodde groeide zijn macht. Zasyak en zijn dienaren werden na een lange, vernietigende strijd echter wel gestopt. Met de Zwarte Dolk, hersmeed door de Quoneze Baron Smidshamer, wist Aurus Zasyak te verzwakken. Het was in dit moment dat Aurus zichzelf op kon offeren door samen te smelten met Zasyak. Licht en duister vormden samen een nieuwe Godin, Nyarayn. Door Zasyaks terreur was wel het Oude Pantheon, op Morvus na, tot niets vergaan. Uit het as van de dode Goden stonden echter nieuwe Goden op. Dit Nieuwe Pantheon wordt nu over heel Erumdar aanbeden.

Het Regenten-tijdperk (Quon 19 tot Quon 25) 

In de hoofdstad van Quon, Tri-Quon, kwam na afloop van de oorlog ook verandering. Ricardon Armitage III werd ontheven uit zijn functie nadat bewijs werd vertoond dat hij verraad had gepleegd jegens de Kroon. Hij werd vervangen door Blarique Vilash, senator en hoofd van de Vereniging van Handelspartners. Vilash was van mening dat Quon lang genoeg over zich heen heeft laten lopen, en was vastberaden om van Quon het pareltje van Erumdar te maken. Toen buurland Hastaria besloot haar gezag te tarten, reageerde zij dan ook door de oorlog te verklaren en haar groeiende legers op het land af te sturen. De oorlog tegen het veel kleinere land was snel gewonnen en het keizerrijk werd uitgebreid. Ondertussen was ook de verloren kroonprins Rowan weer teruggekeerd naar de hoofdstad om zijn kroon op te eisen. 

Rowans terugkeer werd in het hele keizerrijk gevierd. Behalve in de provincie van de Elvenbossen, waar de Hertogin en Elvenkoningin Nerwen de rechtmatigheid van de kroonprins in twijfel trok. Zij riep zichzelf uit tot erfgenaam van Quonartasillia, de eerste koningin van Quon. Volgens haar hadden de menselijke keizers al eeuwenlang gelogen over recht op de troon: iets wat ondersteunt leek te worden door de ontdekking van Quonartasillia’s graf in Boshoek en de realisatie dat zij een dryade was geweest, geen mens. 

Een groot deel van de Elvenbossen, verreweg Quons grootste provincie, sloot zich aan bij Nerwen. Haar opstand kwam tot aan de poorten van Tri-Quon, maar eindigde uiteindelijk toen Quonartasillia zelf voor een enkel moment verscheen en deze strijd om haar nalatenschap veroordeelde. 

De Burgeroorlogen (Quon 27 tot Quon 32)

De heerschappij van Regentes Vilash doorstond de opstand van Nerwen, maar kwam kort daarna ten einde. Dit begon met de publieke aankondiging van het plotse overlijden van Kroonprins Rowan, laatste van de keizerlijke lijn. Toen vervolgens de regentes zelf verdween en uiteindelijk dood werd beschouwt, nam de onrust in het land nog verder toe. Deze onrust werd uitgebuit door Lucius van Zwanenburcht, de voorzitter van de Keizerlijke Legerraad. Hij presenteerde zichzelf als een krachtige leider met de steun van de Quoneze Legioenen. Er ontstond een nieuwe burgeroorlog tussen de legionairs die Van Zwanenburcht wel volgden, de legionairs die dit niet deden en de feodale troepen van de hertogen. Het Verbond der Hertogen versloeg Van Zwanenburcht en richtte het Consilium op, met de hoop dat Quon nu eindelijk rust zou krijgen om te herstellen van de vele conflicten. Als leider kozen zij uit hun midden Genevieve Armitage, als Keizeri Temporalis.

Want terwijl politieke veranderingen de aandacht van machthebbers opeiste, mengden de goden zich op geheel andere manieren in de wereld waar zij over waakten. Zo stond er een nieuwe god op, Nekef, die met Morvus begon te concurreren voor het domein van god van de dood. Nyarayn, de nieuwe godin van balans, trachtte ondertussen om de andere goden van het Nieuwe Pantheon ook over Erumdar te laten waken en het te beschermen, in plaats van het slechts te behandelen als een speelbal. Dit leek te lukken: zo waren de goden Maingra, Flora & Fauna en Eridanus betrokken bij het genezen van een oude, magische corruptie die zich door Erumdar had verspreid. Deze corruptie was weliswaar veroorzaakt door Maingra bij het ontstaan van Erumdar, maar toch. 

De rust waar het Consilium op hoopte was Quon niet gegund. Want in de vazalstaat Hastaria waren al die tijd rebellen gebleven, die nu de onrust in het keizerrijk aangrepen om zich weer vrij te vechten van Quon. Door de eerdere burgeroorlogen had Quon niet langer voldoende legionairs om de rebellen in Hastaria met geweld terug te dringen; het Consilium werd afhankelijk van feodale troepen en zocht uiteindelijk naar een geweldloze oplossing. In een vredesoverleg tussen Hastariaanse en Quonese vertegenwoordigers, werd Hastaria weer tot een onafhankelijk bergrijk verklaart. 

Als gevolg van al die verschillende conflicten, groeide ook de onrust in de provincie Gadië. Daar ontstond een groep die zich de Gadische Royalisten noemde, die het Keizerrrijk weer sterk wil maken met sobere, militaire kracht. Hun leiders stierven voordat ze dit doel konden bereiken, maar ze verdwenen niet helemaal.

De Roep van Sybilla (Quon 33 tot nu)

Terwijl het Keizerrijk kampte met oorlogen en opstanden, kwam er uit een andere hoek langzaam een nieuwe uitdaging. Want het Aspect van het Verleden, een boodschapper van de godin Sybilla, ging op zoek naar stervelingen om een grootse taak te vervullen. Sybilla was al die tijd de stille godin geweest en nu werd eindelijk waarom: zij zat gevangen, haar lichaam lang geleden in stukken gescheurd door de oppergod Destinius. Slechts stervelingen konden haar weer bijeenbrengen en bevrijden. En dus legde het Aspect van het Verleden deze taak voor aan ieder die zich waardig kon bewijzen. Ook de andere dienaren van Sybilla, de Aspecten van Heden en Toekomst, stuurden stervelingen aan om haar verscheurde lichaamsdelen te verzamelen. Zo werden haar geest, longen, handen en hart één voor één bevrijd door heldhaftigen uit Boshoek, na het overwinnen van zware uitdagingen.

Maar toen het moment haar bevrijding daar was, werd de verschrikkelijke waarheid onthuld: haar werkelijke doel was niet om over de wereld te waken, maar om deze te vernietigen. Om zo al het lijden van stervelingen te eindigen. De effecten van haar ambitie waren direct merkbaar, in grote kleine ontwrichtingen van de tijd. Maar ook in de moord op Keizerin Genevieve door de Levensgenieters, cultisten van Sybilla's Aspect van Heden. Nu moet Erumdar zich opnieuw voorbereiden op een bittere strijd tegen een godheid...

Het verhaal van Quon wordt voor, tijdens en na het evenement ook aangevuld via het In Spel nieuwsblad de Heraut. Oude edities van de Heraut kun je teruglezen in de Bibliotheek.

Terug naar boven