Spelwereld van
De Dwaler

Welkom in de wereld van de Dwaler, Anno Domini 1233! Een tijd van kruisvaarders, opstandige boeren, ijverige kloosterzusters en rondtrekkende handelaren en minstrelen: de middeleeuwen zoals zij eenieder bekend zijn. Maar er is één verschil: alle vormen van tovenarij en mythische wezens waar de middeleeuwers in geloofden… zijn echt!

De hoogtijdagen van de middeleeuwen

Neem een kijkje in het Europa van de jaren 1200 en er zal je iets opvallen: iedereen heeft het verrassend goed. Wanneer wij aan de middeleeuwen denken, hebben wij al snel schrikbeelden van hongersnood en vernietigende pest-epidemieën voor ogen, maar die gruwelen zullen nog honderd jaar uitblijven. Dankzij florerende handel, nieuwe landbouwtechnieken en een bijzonder gunstig klimaat is bijna iedereen gevoed. De meeste mensen hebben werk en een dak boven hun hoofd en hongersnoden zijn zeldzaam en nooit wijdverspreid. Er is veel om God dankbaar voor te zijn.

De kunst en wetenschap floreren. Overal schieten er universiteiten uit de grond waar geestelijken zich bezighouden met het bestuderen van zaken als wiskunde, muziek en de bewegingen van sterren en planeten. Ook literatuur maakt een enorme groeispurt door. Er is grote interesse in liefdesliederen, gedichten en heldhaftige romans over Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Als kers op de taart maakt de bouwkunst enorme sprongen met de opkomst van de gothiek. Schitterende, enorme en imposante kathedralen en kloosters rijzen naar de hemelen als trotse monumenten voor een nieuwe glorietijd. Vergeet de mythe van de “domme middeleeuwen”: de dertiende eeuw was een tijd van vooruitgang.

De Dwaalplaats

Je wandelt op pelgrimstocht door het alpenwoud wanneer het plots mistig wordt en je het pad kwijt raakt. Voor je het doorhebt ben je al uren aan het dolen, tot je ineens rare schimmen ziet dansen in het avondlicht en stemmen hoort op de wind. Of misschien ben je wel na een borrel te veel aan het zwalken door de steegjes van Praag. Als je echt niet meer weet waar je bent, tref je onder een brug ineens een kroeg aan waar dwergen en monniken samen feest vieren. Wanneer je afdwaalt tussen de voegen van de wereld en terechtkomt in een plaats waar mythes waarlijk rondlopen, heb je een dwaalplaats gevonden.

 “Dwaalplaats” is een term die wij veelal uit-spel gebruiken om dit soort gebieden aan te duiden. Binnen de historische middeleeuwse wereld zijn het kronkels of kruispunten waar verborgen mythologie werkelijkheid is. De Dwaler speelt zich af in een verborgen dorp in zo een soort plek. Dwaalplaatsen zijn zeer veranderlijk. Sommige verborgen wouden, zoals ons spelgebied Lechheim, zijn altijd een dwaalplaats. Sommige steencirkels zijn het misschien alleen op een bepaalde heilige dag als de zon of sterren op een bepaalde manier boven deze plaats staan. Dwaalplaatsen kunnen groot zijn, zoals Lechheim, of klein. Soms is een Dwaalplaats alleen de kelder van een kasteel of de bibliotheek van een universiteit. Soms verschijnt een dwaalplaats misschien zelfs wel kortstondig omdat het lot het zo heeft gewild... Niemand kan de precieze werking van dwaalplaatsen écht doorgronden, zelfs mythische wezens niet. 

Hoewel deze plekken vaak de laatste restanten van heidendom bevatten, kan zelfs binnen de dwaalplaatsen de verandering van de buitenwereld niet genegeerd worden. De tijd staat er niet stil. Integendeel: de dwaalplaats lijkt het geloof en de verhalen van de dertiende eeuw te spiegelen en in die tijd zijn de heidense vertellingen stervende in vrijwel heel Europa. Zelfs in de verborgen dwaalplaatsen is het christendom in opmars, want hoewel middeleeuwse manuscripten vol staan met verhalen over dwergen, saters en elfen, zijn deze wezens steeds vaker ook christelijk en op goede voet met bijvoorbeeld legendarische kruisridders.

Hoewel het moeilijk is om dwaalplaatsen te betreden, is het vaak nog moeilijker om ze ook weer te kunnen verlaten. Omdat mythes buiten deze unieke locaties moeite hebben met bestaan, kunnen mythische wezens in principe de dwaalplaatsen niet verlaten. Dit betekent niet dat ze opgesloten zitten: mythische wezens kunnen, als ze de paden kunnen ontdekken of domweg geluk hebben, de weg vinden naar andere dwaalplaatsen. Voor mensen uit de gewone wereld is ontkomen uit een dwaalplaats bijna net zo lastig. Pogingen om eruit te komen eindigen vrijwel altijd bij waar je begonnen bent en sommige mensen die proberen te ontkomen zijn nooit meer gezien, binnen of buiten. Er zijn geruchten dat er mensen en wezens (en zij daartussenin) zijn die geheime wegen kennen om deze plekken te verlaten en te bereizen, maar deze zijn niet algemeen bekend en allerminst betrouwbaar.

De Mythische Middeleeuwen: geloof en bijgeloof

De middeleeuwen waren doordrenkt van magie en bijgeloof en iedereen geloofde met volle overtuiging in tovenarij. Ook jouw personage! Onder het lage volk vond je helderzienden en bezweerders met toverspreuken tegen ratten, maar ook de hoge geestelijkheid hield zich bezig met magie! Kerkelijke wetenschappers bestudeerden edelstenen die magische krachten zouden bezitten, voorspelden aan de hand van horoscopen of een pasgeboren kind voor grootsheid was bestemd en probeerden lood in goud te veranderen. Van de laagste hut tot het hoogste kasteel: iedereen hield zich bezig met magie. Dit was géén hekserij, zolang je er geen kwade bedoelingen mee had!

Ook geloofde iedereen, hoog en laag, in het bestaan van allerlei bijzondere, mythische wezens. Mensen vreesden verraderlijke witte wieven, valse gobelins en gevaarlijke trollen met hun kwade magie! Andere wezens zoals huisgeesten en elfen werden voor goed geluk juist geëerd met offers: een geaccepteerd gebruik dat uit heidense tijden was overgebleven. Geestelijken schreven Bestiaria vol met in hun ogen volledig wetenschappelijke informatie over de bijzonderste wezens: saters, centauren, cyclopen, griffioenen en basilisken. Meestal werd er vanuit gegaan dat deze monsters alleen aan de wilde grenzen van de bekende wereld leefden, maar ze werden ook weleens dicht bij huis aangetroffen… Zo zou er in 1212 in Wenen een basilisk zijn gevonden in een waterput!

Middeleeuwse mythologie

De mythologie van de dertiende eeuw is zeer rijk en divers. Veel mythologische verhalen die tot op de dag van vandaag bekend en geliefd zijn, zijn voor het eerst verzameld in middeleeuwse manuscripten. De meeste van deze verhalen waren christelijke bewerkingen op oude, heidense vertellingen. Wezens als centauren en saters uit de mythen van de Griekse oudheid kwamen volop voor op de pagina’s van middeleeuwse manuscripten, maar waren vaak christelijk. Ook elfen, zoals koning Oberon, konden hechte vrienden zijn van kruisvaarders die zij magische artefacten gaven die alleen werkten in de handen van christenen!

Verreweg de populairste mythen en legenden waren in middeleeuws Europa de verhalen over Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Deze verhalen zaten vol met feeën, tovenaars, draken en ogers die de ridders tegenkwamen en moesten verslaan om hun avontuur te kunnen vervolgen. Deze epische ridderromans waren vaak lessen in eer en ridderlijkheid.

Hoewel de mythologie steeds christelijker werd, zijn ook veel heidense verhalen opgeschreven in de dertiende eeuw. Het bekendste voorbeeld is de Edda, het IJslandse manuscript waar de verhalen over de oude Noordse goden als Thor en Odin zijn opgeschreven. Ook deze verhalen echoën nog sterk na in de dwaalplaatsen, hoewel de kracht van hun klank begint te vervagen omdat mensen minder en minder beginnen te geloven in hun echtheid… De meeste Goden zijn gereduseerd tot geesten en feeënkoningen of erger: legenden. 

Standenmaatschappij

De wereld was ingedeeld naar het model van de drie standen: Zij die Vechten, Zij die Bidden, Zij die Werken. Oftewel: de adel, de geestelijkheid en de boeren/burgers. De taak van de adel was het beschermen van de andere standen in tijden van oorlog. De geestelijkheid voorzag op hun beurt de gemeenschap van religieuze wijsheid en zielenheil. De boeren en burgers zorgden voor diensten en voedsel om de maatschappij draaiende te houden.

Sociale mobiliteit was laag. Het was haast onmogelijk om als lid van Zij die Werken deel te worden van de adelstand. Sterker nog: als je een horige was, mocht je niet eens je boerderij verlaten en was je praktisch bezit van de leenheer. Hoewel je je als vrije boer wél kon aansluiten bij een kerk of klooster, bleef je daar meestal een lage broeder of zuster. Hoge abten en bisschoppen kwamen namelijk meestal ook uit adellijke geslachten.

De standenmaatschappij is echter niet onfeilbaar en er beginnen langzaam scheuren in te ontstaan! Want wat was een handelaar, die niet actief werkte voor een heer? En de steeds belangrijker wordende huurlingen: zij waren niet van adel maar wel enorm bekwaam in het voeren van oorlog! En hoewel bisschoppen geestelijken waren, heersten zij ook als prinsen over steeds meer land! Over hoe gepast dit alles was bestond veel verhitte discussie.

Politiek

Het grootste deel van Europa viel onder het Leenstelsel. Een koning verdeelde zijn land onder leenheren, zoals baronnen en graven. Zij stonden belasting af, vochten voor hun heer in oorlogstijd en respecteerden zijn wetten, maar hadden verder volledige heerschappij over hun landerijen. Koningen waren geen totalitaire heersers. Wanneer een koning of andere leenheer de rechten van zijn leenmannen of steden die hij stadsrechten had gegeven niet respecteerde, trokken zij er met hun legers op uit om hun privileges af te dwingen. Er bestonden nog geen natiestaten met strakke regeringen: wanneer je je privileges kon afdwingen, dan had je ze.

Ook kloosters en bisschoppen heersen over grote hoeveelheden land. Zo is de Prins-Bisschop van Utrecht in de dertiende eeuw een van de machtigste mannen van de Lage Landen. Hij heerste over wat nu de provincies Utrecht, Drenthe en Overijssel zijn. De kerk en de adel zijn vaak in conflict of zelfs openlijke oorlog over het bezit van land en bisschoppen voerden in tijden van oorlog vaak gepantserd en bewapend hun eigen legers aan. Ook abten en abdissen waren naast kloosterlingen bestuurders van landerijen. 

Naast de adel en de kerk bestonden er ook nog volkeren die zich verzamelden in volksvergaderingen waarin de invloedrijkste, meest welvarende familieleiders zitting namen. Deze volkeren vonden dat zij recht hadden op het regeren van hun eigen land. De Drenthen, Friezen, Finnen, IJslanders en de laatste heidense stammen van Oost-Europa zijn in actief verzet tegen de bisschoppen en adel. Veel van deze volkeren kampen echter met de woede van de kerk en adel en zijn het doelwit van brute kruistochten.

Heidendom op zijn doodsbed

In de dertiende eeuw is het overgrote deel van Europa al eeuwen christelijk. De tijd van de heidense Kelten, Germanen en Vikingen is voorbij. Hoewel er nog veel heidense praktijken bewaard zijn gebleven, zoals oude vormen van magie en het aanbidden van huisgeesten, is dit altijd in combinatie met het geloof in God en de heiligen. 

Alleen in het Oosten van Europa houdt heidendom nog stand. In het oosten van hedendaags Duitsland leefden rond 1150 nog heidense stammen en hoewel zij flink te grazen zijn genomen door Duitse christelijke legers, zijn de aanhangers van oude wegen nog te vinden, verborgen in de vallei van de Elbe en in de wouden van Polen, waar zij de oude Slavische goden aanbidden.

Nog verder naar het oosten, in de Baltische gebieden rond de Oostzee, verzetten heidense stammen zich nog dapper tegen het Christendom. Zij aanbidden de oude Finse goden, die verwant zijn aan de oude Germaans/Noordse goden maar andere namen en verhalen hebben. Hun wegen zijn echter in gevaar. De Duitse Orde (Teutonen) loopt hun gebied onder de voet en hoewel het nog generaties zal duren voordat heidendom verdwijnt, is hun strijd hopeloos. Maar dat betekent niet dat zij opgeven. Zij beschermen hun oude wegen tot hun laatste adem.

Gendernormen

In de middeleeuwen bestond er een erg strenge maatschappelijke verdeling tussen man en vrouw. Maar hoewel vrouwen te kampen hadden met sociale beperkingen, waren de omstandigheden vele malen minder vrouwonvriendelijk dan we tegenwoordig vaak denken. Hieronder zetten wij de nuances uiteen.

In bepaalde aspecten van de samenleving werden vrouwen doorgaans uitgesloten. Voornamelijk in bestuur en oorlog. Bestuur was in de middeleeuwen onlosmakelijk verbonden met geweld en het aanvoeren van legers, waardoor het werd gezien als een mannenzaak. Besef je hier wel dat vechten en oorlog geen privileges zijn, maar een afschuwelijke realiteit. Veel jonge mannen zouden er maar wat graag onderuit komen. Toch grepen vrouwen soms naar de wapens, voornamelijk als hun thuis bedreigd werd. Toen de Drenten zich verdedigden tegen de Bisschop van Utrecht, stonden de vrouwen op het slagveld omdat ze wisten dat verliezen geen optie was. Als hun mannen de slag verloren, zouden zij daarna zelf aan de beurt zijn. Ook voerden adelvrouwen legers aan wanneer hun man door een rivaal gevangen werd gehouden.

Een andere lastige horde voor vrouwen had te maken met eigendomsrecht. Het bezit van vrouwen was wettelijk van hun mannen en alleen weduwen waren de eigenaren van hun eigen fortuin of bedrijf. Dit creëerde een grote afhankelijkheid van een goed huwelijk. Maar deze huwelijken waren vaak beter dan mensen tegenwoordig verwachten. Gewelddadige echtgenoten werden veroordeeld door priesters, vrouwen mochten scheiden wanneer ze geslagen werden en in de lage stand trouwden de meeste mensen uit liefde op de fatsoenlijke leeftijd van hun vroege twintiger jaren. Het beruchte uithuwen op jonge leeftijd was eigenlijk alleen een adellijk fenomeen voor het verkrijgen van bondgenootschappen.

Zo hadden meer traditionele verwachtingen ook een keerzijde. Zo was traditioneel moederschap een erg belangrijk element van vrouwelijkheid in de dertiende eeuw, maar kwam daar bij kijken dat vrouwen werden gezien als wijze opvoedsters, naar het voorbeeld van de Heilige Maagd Maria. In de dertiende eeuw was zij een van de populairste heiligen bij zowel mannen als vrouwen en moederlijkheid werd hoog geprezen. Zeker omdat de meeste mensen niet de sociale mobiliteit hadden om meer te worden dan hun beroep of sociale positie, werd trots gehaald uit het lot dat hen was toegedeeld. Vrouwen waren trots op hun moederschap en mannen op hun positie als beschermer van huis en haard.

Een van de grootste misvattingen over de middeleeuwen is dat vrouwen volledig buitenspel werden geplaatst als huisvrouwen en kinderjuffen. Vrouwen waren volop aanwezig in zowel het sociale als werkende leven. Bij de lagere stand waren ze belangrijke werkkrachten op de akkers en in bedrijven en bij de adel beheerde de vrouw van de landheer het hele kasteel en leengoed wanneer haar man van huis was. Onder de geestelijkheid kon een abdes, de overste van een abdij, een grootgrondbezitter zijn wat haar een politieke en economische machthebber maakte. Kortom: er is in de middeleeuwen nog géén sprake van een strenge verdeling waarbij de vrouw thuisblijft met de kinderen. Ook werden vrouwen op het gebied van intelligentie veel meer als een gelijke van de man gezien dan in de (vroeg)moderne tijd het geval is. Vrouwelijke geleerden werden vaak om hun advies en kennis gevraagd.

Geloof

De religieuze wereld was in de dertiende eeuw door en door Katholiek. Het Christelijk wereldbeeld domineerde kunst, cultuur en denken. Toch hadden de meeste middeleeuwers geen diepgaande bijbelkennis. Alleen de geestelijkheid las de bijbel en de lagere stand wist alleen wat hen tijdens de preek werd verteld in de kerk. Ook ging lang niet iedereen vroom en vast naar de mis elke zondag. Middeleeuwse wetten stelden dat elke christen minstens één keer per jaar naar de kerk moest met Pasen en minstens één keer per jaar moest biechten. Een vrij lage drempel!

Op een dagelijkse basis hielden veel christenen zich nog meer met Heiligen bezig dan met God en Jezus. Als mensen iets kwijt waren, spraken ze bijvoorbeeld spreuken uit met de naam van Sint Antonius, de beschermheilige van verloren zaken. Sommige heiligen kwamen uit de bijbel, maar de meesten waren in de eeuwen na Jezus heilig verklaard. Soms zelfs heel recent! De oprichter van de Franciscaanse Bedelorde, Sint Franciscus van Assisi, is bijvoorbeeld heilig verklaard in 1228.

Binnen de kerk bestond er meer filosofische vrijheid dan mensen vaak denken. Zo was er in de vroege dertiende eeuw onder geestelijken nog hevige discussie over of het Scheppingsverhaal letterlijk of figuurlijk opgevat moest worden. De bijbel aan de tand voelen was geen ketterij! Het idee dat de woorden van de bijbel volledig letterlijk opgevat moeten worden, ontstond pas tweehonderd jaar ná het jaar van de Dwaler. Zelfs de Paus kreeg af en toe de wind van voren omdat geestelijken of edelen het niet met hem eens waren!

Toch gingen sommigen te ver en ketterij werd zwaar bestraft. In de dertiende eeuw zijn er gewelddadige kruistochten geweest naar Zuid-Frankrijk om de Katharen te bevechten. Deze religieuze splintergroep verklaarde onder andere dat de duivel ook een God is die de aarde regeert. Dit ging alle perken te buiten. De Katharen die weigerden zich te bekeren, werden op grote schaal opgejaagd en vermoord. Aanhangers van dit verboden geloof bevinden zich echter nog overal in Europa, vooral in de Pyreneeën tussen het hedendaagse Frankrijk en Spanje.

Uiteraard kom je ook andere geloven tegen in de dertiende eeuw, zoals Moslims, Joden en Orthodox-christenen. Deze werden echter gewantrouwd en behandeld als vreemdelingen die hun religie alleen binnenshuis uit mochten voeren. Vooral Moslims werden gezien als de vijand, aangezien de kruistochten in volle gang waren.

Hoe speel ik een middeleeuwer? Geweld, drank en vuige humor

Medieval Marginalia: At It Like Rabbits – Just History Posts

Het stereotype van een goed gelovige christen is iemand die streng en saai is. In de middeleeuwen was dit zeker niet het geval! Middeleeuwers konden zich een flink potje misdragen. Wilde feesten, vechtpartijen, vuige humor en grof taalgebruik waren aan de orde van de dag. Mensen waren ook vele malen minder preuts dan we vaak denken! De meeste mensen hadden namelijk nog geen eigen kamers en sliepen met hun hele familie én knechten in één ruimte.

Ook van geweld waren middeleeuwers niet vies. Mensen kwamen vaak in aanraking met oorlog en plunderingen en gingen ook in vredestijd vaak met elkaar op de vuist. Wanneer een ruzie tussen families escaleerde, konden er heuse bloedvetes uitbreken. Ook tijdens sport en spel ging het er ruig aan toe. Tijdens kampbal, de middeleeuwse voorloper van voetbal, raakten er geregeld mensen zwaar gewond en vielen er af en toe zelfs doden! Zelfs de geestelijke studenten van de Universiteiten konden echte wildebrassen zijn. De bewoners van Parijs klaagten vaak over de vechtpartijen, drinkfeestjes en het hoerenlopen van deze studenten in monnikspijen. Hoge geestelijken keurden dit alles af, maar konden weinig beginnen.

Middeleeuwse humor was hard, duister en vulgair. Grappen gingen vaak over de dood omdat mensen hiermee vaker geconfronteerd werden. Ook genoten mensen ervan om prominente figuren een loer te draaien. Kaproenen van rijke stinkerds werden van hun hoofden getrokken en nare buurmannen werden aan hun enkel opgehangen aan een boom. Dit waren natuurlijk wel gevaarlijke grapjes want een man van stand kan een lid van de lager standen veel maken… Wat de middeleeuwer het áller grappigste vond was het omdraaien van normen. Vooral met carnaval gebeurde dit. Een bedelaar werd bisschop gemaakt, mannen kleden zich als vrouwen en mensen vierden feest verkleed als de duivel.

Terug naar boven